Philadelphia Soul

Wanneer we naar Amerika afreizen op zoek naar de roots van de populaire muziek, dan plannen we in eerste instantie een bezoek aan Nashville en Mephis en dat vaak in combinatie met New Orleans. En als het meezit ook nog een bezoek aan de Rock and Roll Hall of Fame in Cleveland. Wie tuk is op soul brengt ondermeer een bezoek aan Detroit en Motown, maar weinigen denken aan die ene die zo belangrijk is geweest voor de ontwikkeling van de popmuziek en dat was in de jaren vijftig en zestig Philadelphia. Dat was geen toeval, want Philadelhpia was de thuishaven van het in die tijd razend populaire tv-programma American Bandstand van Dick Clark. De vergelijking loopt mank, maar laat ons zeggen, de Tien om te Zien van toen. Hier werden de nieuwste dansrages en de nieuwste artiesten gelanceerd. Van The Supremes over Sam Cooke tot en met Chubby Checker, ze passeerden hier allemaal de revue.

Philadelphia is als muziekstad ook een bezoek waard omdat hier de roots van de soul liggen, althans van de soft soul als ik het zo mag noemen. Kenny Gamble en Leon Huff zijn beiden verantwoordelijk voor het succes dat de Philadelphia Soul, ook wel de Philly Sound genoemd, te beurt viel. Gamble en Huff ontwikkelden een muziekstijl die uit de buurt bleef van de popmuziek van de jaren zeventig. Om hun producties tot in de puntjes te kunnen verzorgen, richtten ze hun Philadelphia International Record Company op. Hun eerste successen scoorden ze met The Intruders. Ze bouwden hun eigen studio’s en richtten zelf een orkest op MFSB, wat staat voor Mother Father Sister Brother, al waren de muzikanten niet verwant met elkaar. De klemtoon binnen het orkest, dat zorgde voor de typische Philly Sound bestond, lag bij de diverse keyboardspelers, enkele gitaristen, een paar goede blazers en een rist strijkers die ervoor zorgden dat de meeste hits een romantische touch meekregen. James Brown was een van de eersten die koperblazers in zijn orkest een kans gaf. In de soulmuziek die in de jaren zestig in Memphis opdook op het Stax Label zijn die blazers ook latent aanwezig.

Wat opvalt bij de arrangementen van de meeste Philly producties is het gebruik van jazzy akkoorden. Gamble en Huff waren in hart en nieten verzot op dat genre en door de combinatie van die zachte jazzy sfeer met rhythm and blues elementen verkregen ze dat typische geluid. Een voorbeeld hoe dat klonk in die begindagen is de instrumentale hit TSOP, The Sound of Philadelhia door het vaste studio-orkest MFSB. Hier hoor je duidelijk de bezetting die voor de meeste van hun producties gebruikt werd. Bepalend voor die Philly Sound waren bassist Ronald Baker, gitarist Norman Harris en drummer Earl Young. Zij vormden de basis van de ritmesectie van MFSB. Ze speelden tijdens de meeste sessies, maar maakten daarnaast ook deel uit van de hitformatie The Trammps die we wel kennen van successen zoals Zing went the strings of my heart, Hold back the night en Disco Inferno.

Gamble en Huff schaarden niet alleen uitstekende studiomuzikanten op zich heen, maar omringden zich ook met de beste songwriters van die tijd: Thom Bell, Linda Creed, Norman Harris, Dexter Wansel, Gene McFadden, John Whitehead en uiteraard Gamble en Huff zelf. Daar waar Motown in de jaren zestig de zwarte plak zwaaide, namen Gamble en Huff het in de jaren zeventig van hen over en zouden met hun Philly Sound de basis vormen van wat iets later zou exploderen als disco. Ze hadden beiden een enorme neus voor hitsongs en vooral voor degelijk zangtalent. Ik moet een greep doen uit hun aanbod, want anders zou de lijst te lang worden: The O’Jays, The Delfonics, Patti Labelle, Harold Melvin and The Blue Notes, Billy Paul, Teddy Pendergrass, First Choice, The Stylistics, The Three Degrees, Bobby Starr, Hall & Oates, Jerry Butler, The Jacksons, Lou Rawls enz… Je kon in die jaren zeventig geen radio aanzetten of je hoorde een van hun vele hits: Dirty old man, You’ll never find another love like mine, You make me feel brandnew, If you don’t know me by now, Backstabbers, Me and Mrs Jones, Blame it on the boogie enz…

De toetsenisten van het MFSB orkest, richtten in de marge een ander orkest op The Salsoul Orchestra met meer de klemtoon op latinomuziek en dat onder aanvoering van Mike Douglas en producer Vincent Montana Jr. De vocals werden meestal verzorgd door Phyllis Rhodes, Ronni Tyson en Jocelyn Brown. Ze scoorden een aantal hits waaronder Salsoul Hustle, Tangerine, You’re just the right size en Nice ‘n’ naasty.

Een van de belangrijkste artiesten op het Philly Label was Teddy Pendergrass, voormalig leadzanger van Harold Melvin and The Blue Botes. Teddy was niet alleen een fantastische zanger, maar ook een geweldige songwriter. Jammer voor hem werd hij als gevolg van een zwaar verkeersongeval in 1982 gedeeltelijk verlamd wat een enorme domper op zijn carrière zette. Hij zong zich wel onsterfelijk met hits als Close the door, Turn of the lights en Two hearts.

De Philly Sound zou ook nog in de jaren die volgden te horen zijn en dat dankzij artiesten als Jill Scott, Musoq Soulchild en vooral Boyz II Men. Ook al vond dit viertal uit Philadelphia onderdak bij Motown, hun geluid was sterk beïnvloed door de hits van Gamble en Huff.

 

tekst en research: Marc Brillouet