De vinyl single als geluidsdrager

Een single is een geluidsdrager waarop maar een of twee nummers staan van een artiest of band. Het is de goedkopere variant van een album. De term single wordt tegenwoordig echter vaker in overdrachtelijke zin gebruikt om een enkel nummer van een album aan te duiden wat apart wordt uitgebracht ter promotie van een album.

Vinyl platen grond

Singles bevatten meestal een hoofdnummer dat al eerder op een album was te horen, of later op een album zal verschijnen, maar dat zo is aangepast dat het voor radiostations aantrekkelijk wordt om te draaien (een radioversie).

Vinyl

Singles waren oorspronkelijk altijd grammofoonplaten, gemaakt van vinyl. Deze vinylplaten zijn doorgaans tweezijdig afspeelbaar en hebben een afmeting van 7 inches (ongeveer 18 cm). Ze kunnen worden afgespeeld op platenspelers (pick-ups) en draaien dan meestal op een snelheid van 45 toeren (45 rpm). Omdat ze tweezijdig afspeelbaar zijn, is er sprake van een A- en een B-kant van een single. De A-kant bevat het nummer dat het hitgevoeligst werd geacht. De B-kant (ook wel flipside genoemd) bevat meestal een nummer van mindere kwaliteit, soms zelfs iets wat algemeen als slecht wordt beoordeeld en het gebeurt zelfs dat een artiest even snel een liedje maakt, omdat de plaat nu eenmaal een B-kant moet hebben. Er kan echter sprake zijn van een single met 'twee A-kanten', dus twee hitgevoelige tracks.

Bij meer live-georiënteerde bands is het waarschijnlijker dat er een ander albumnummer bij op staat of een liveopname. Vinylsingles hebben doorgaans een vaste spoed (groefafstand) en daardoor een vaste maximale tijdsduur per kant. Met een variabele spoed kan de maximale tijdsduur worden verlengd en passen er veelal twee nummers op een plaatkant; men spreekt dan van ep's (extended play). Op een vinylsingle staan meestal twee nummers, op een ep vaak vier. Indien een single gevuld wordt door vier of meer tracks, spreekt men van een maxi-single.