De film TSOB : ' The Sound of Belgium " ( A Music Documentary By Jozef Devillé )

TSOB

 

'TSOB' opent met een soundbite van Lou Deprijck, de man achter onder anderen Plastic Bertrand en Viktor Lazlo: 'Wat doe je als je in een klein land als het onze woont? Zoals mijn vader zei: 'Trek uw plan.' Et on a trekké notre plan, en plots doe je iets dat de hele planeet beïnvloedt.' 't Is dat je m'en foutisme dat, zo bewijst Devillé uitvoerig, de Belgische muziek tot ver buiten de landsgrenzen katapulteerde.

Voor alle duidelijkheid: 'TSOB' focust niet uitsluitend op de New Beat, het duistere muziekgenre dat na een paar kwalijke mutaties zum kotzen alomtegenwoordig was, tot in 'Tien om te zien' toe. Devillés verhaal behelst het hele Belgische nachtleven, en begint omstreeks de jaren 1920, bij de spiegeltenten van de familie Klessens uit Rijkevorsel: die stonden opgesteld op pensenkermissen, waar de zonen en dochters van de lokale keuterboertjes hun dansvertier haalden. Na de Tweede Wereldoorlog werd er uitvoerig gedanst en geslempt in de honderden baancafés die - geholpen door de stijgende welvaart en het vers aangelegde wegennet - als paddestoelen uit de grond rezen. Over dat laatste vertelden twee telgen uit het geslacht van Decap, producenten van mechanische - letterlijk - drankorgels die de feestvierende meute van muziek voorzagen. Dat de firma haar eerste klop kreeg toen de oliecrisis toesloeg bijvoorbeeld, en de doodssteek toen de politie het vrolijk slempende en autorijdende plebs in het zakje deed blazen - een voorafschaduwing van het lot dat de megadancings in de nineties was beschoren.

Bijzonder vermakelijk is het verhaal van de Popcorn, een genre dat eind de jaren zestig geboren werd in het idyllische Vrasene, deelgemeente van Beveren. Op zondagmiddag kwam men van heinde en verre afgezakt naar dancing Popcorn, alwaar deejays soul, funk, doo-wop, cha-cha-cha en consorten in de mix gooiden. Funfact: vaak draaiden ze hun 45-toerensingles op 33 toeren plus 8 procent, net zoals 'Flesh' van A Split Second vijftien jaar later op een verkeerd toerental werd afgespeeld - de vonk die het vuur van de New Beat hoog deed oplaaien. De Popcorn was ook op maatschappelijk vlak baanbrekend: mannen mochten er gewoon met mannen dansen - een schande, heette dat.

Regisseur Devillé verspilt geen tijd aan de vraag waar de New Beat nu precies is ontstaan - de Fifty Five in Gent dan wel de Ancienne Belgique in Antwerpen - maar onderstreept vooral het gezamenlijke doel van de feestvierders: New Beat als magneet voor iedereen die uit de bol wilde gaan op muziek die je, in de duistere jaren voor het internet, alleen kon horen binnen de muren van een club. En hij werpt meteen een blik in de huisfabriekjes van de vele producers die de clubs met verse tienerklanken bevoorraden: Herman 'Sherman' Gillis, Renaat Vandepapeliere (van het platenlabel R&S), CJ Bolland, Sven Van Hees. Die laatste vertelt dat hij vaak om acht uur 's avonds de studio in trok met een strakke deadline: 'Om zes uur morgenochtend moét die track klaar zijn.' Als hij dan bij het krieken van de dag zijn werk evalueerde, bleek dat niet altijd van topkwaliteit te zijn: 'Maakt niet uit, breng maar uit. En toch dertigduizend exemplaren van verkocht!' Gouden jaren, volgens Van Hees.

Dat de New Beat snel was opgebrand, deerde niet: producers sloegen andere wegen in, de klanken muteerden, maar het kwaad was geschied - de invloed van those Belgian producers op de elektronische muziek viel niet meer ongedaan te maken.

'TSOB' is geschiedenisles, nostalgietrip en inspiratiebron in één. Wie ooit de lange wachtrijen voor de deur van de Ancienne Belgique, de Boccaccio of At The Villa trotseerde, kon zwelgen in de anekdotes en de fantastische soundtrack (zopas verscheen trouwens ook een bijbehorende vierdelige cd-box met 60 Belgische klassiekers). Maar Devillés documentaire is ook aanstekelijk spul voor wie zich, vanwege altijd een internetaansluiting in huis geweten, nooit fysiek heeft moeten verplaatsen om een nieuw muziekgenre te ontdekken. Dat ze zich de wijze woorden van Herman Gillis mogen herinneren: 'Gewoon uw ding doen, u niks aantrekken van heersende normen.' En vooral die van Lou Deprijck: trekkez votre plan. Straf spul. 

Quote

Een van de mooiste anekdotes kwam van de Vlaams-Nederlandse deejay Eddy de Clercq, bekend van de Amsterdamse club RoXY: die vertelt hoe hij bij zijn allereerste bezoek in de Boccaccio tot tranen geroerd werd toen 'Roman Days' van Fred Brown weerklonk. Tevens vermakelijk: CJ Bolland die vertelt hoe hij in het piepkleine appartement van Renaat Vandepapeliere in Gent urenlang aan tracks zat te prutsen, en hoe hij die tracks op een zaterdagnacht ging uittesten op het publiek van de Boccaccio: 'Werd er niet harder gedanst, dan reden we terug en prutsten er nog een paar uur aan. Werkte het wél, dan zeiden we tegen Renaat: 'Klaar, masteren!'

www.humo.be