Brook Benton

 

Op zaterdag de 9de april 1988 overleed op 56-jarige leeftijd in het Mary Immaculate Hospital in Queens, New York de zwarte zaanger Broon Benton. Hij werd de 19de september 1931 als Benjamin Franklin Peay in Lugoff, South Carolina geboren, waar hij school zou lopen aan The Jackson High School. Niet dat studeren zijn grootste hobby zou worden. Die was weggelegd voor het zingen. Zo dook hij al op vroege leeftijd op in het Bill Lanford Spiritual Quartet nadat hij al eerder had toegegeven dat naast de gospel zijn hart uitging naar de muziek van Billy Eckstine en Arthur Prysock. In 1948 trekt hij naar New York om daar zijn kans te wagen en komt terecht bij gospelgroepen als The Jerusalem Stars, The Langfordaires en The Golden Gate Quartet, maar het wordt pas ernstig als hij succes scoort met zijn groep The Sandmen. In 1955 neemt hij zijn eerste plaat opnam voor het Okeh Label, een dochtermaatschappij van major Columbia Records. Het was hier dat hij de basis legde van een jarenlange samenwerking met producer Clyde Otis die in Benton dé geschikte zanger zag van de vele liedjes die hij schreef. The wall was een eerste poging al ging Patsy Cline met de coverhit lopen.

Nu was het wel zo dat Otis en Benton binnen het strakke keurslijf van Columbia Records hun draai niet vonden. Ze komen dan terecht bij VIK Records waar ze tussen 1957 en 1959 uitpakken met knappe songs als: A million miles from nowhere, Im’ coming back to you en Come on, be nice. Toch bleef het echte succes nog een tijdje uit. Intussen had Clyde Otis als producer een deal gesloten met Mercury Records en voor deze firma zou hij de jaren die zouden volgen zomaar liefst 500 demo’s inzingen. Een van die demoplaten was het door Clyde Otis geschreven The stroll dat een behoorlijke hit zou worden voor The Diamonds. Hun manager Nat Goodman was na het horen van de demoversie zo in de ban geraakt van de stem van Brook Benton dat hij hem gelijk vraagt zo snel mogelijk een single uit te brengen. Het wordt sowieso een nummer van Clyde Otis met name het door Belford Hendricks gearrangeerde It’s just a matter of time met als b-kant Hurtin’ inside. In de maand februari van 1959 staat die single op een derde plaats in de Amerikaanse top 100. In  de slipstream daarvan wordt het gelijknamige album uitgebracht met naast nieuwe songs, standards als The nearness of you en I’m in the mood for love. Qua singles blijft hij dat jaar ook van zich laten horen: Endlessly, Thank you pretty baby en So many ways.

Maar na een tijdje werd Brook de ballads een beetje beu? HIj wou niet in die stijl vastroesten en opteerde voor meer rockgetinten songs. Zo nam hij in 1959 voor Mercury een ganse elpee op met één van hun vocale paradepaardjes Dinah Washington, een puike combinatie te horen in de hits Baby you’ve got what it takes en A rockin’ good way, beide top tien hits in 1960. Vrij onverwacht overleed Dinah en dus probeerde Brook het met een andere leading lady , deze keer Damito Jo en de song Baby you’ve got it made, maar het zou bij die eenmalige uitstap blijven. Brook probeert nadien zijn solocarrière zo snel mogelijk terug op gang te krijgen. Veel moeite hoeft hij niet te doen,want met Kiddio schiet hij weer raak, net als met Fools rush in en Think twice. Omdat het trendy is aan het begin van de jaren zestig folkliedjes op te nemen brengt hij in 1961 de single The Boll Weevil song op de markt ( het verhaal van een landbouwer en een allesvretende katoenkever). Vreemd genoeg zou deze plaat zijn grootste hit ooit worden, gezegend met een 2de stek in de top honderd ook al mogen we de opvolgers Frankie and Johnny en Revenge niet uit het oor verliezen.

Intussen heeft Brook stevig concurrentie gekregen van zwarte jongens als Chuck Jackson, Wilson Picket en niemand minder dan Sam Cooke. In diens stijl brengt Brook het nummer Hotel Happiness op 45 toeren uit die zijn  laatste grote hit op het Mercury label zou worden. We noteren dan het jaar 1963 waarin hij rustig uitbolt met meevallers als My true confession en Two tickets to paradise.

Wanneer The Beatles Amerika inpalmen met in hun kielzog een rist Britse beatgroepen, stapt Benton over naar het RCA label waar hij schuchter van zich laat horen met singles als Mother nature, father time en Only a girl like you. Ook zijn uitstap naar het Reprise label samen met producer Jimmy Bowen gaat een beetje de mist in. Mochten de bazen van het inmiddels populaire Atlantic label hun oog niet op Brook Benton hebben laten vallen, dan zou niemand op het einde van de jaren zestig hem nog gekend hebben. Hij krijgt een contract en maakt voor hun dochterfirma het Cotillion- label in 19678 zijn debuut met Do your own thing en geraakt aan het begin van 1970 nog eens in detop 5 met Rainy night in Georgia van de hand van Tony Joe White.  Nadien weet Brook dat succes niet te herhalen en reist van de ene platenfirma naar de andere. In 1976 brengt All Platinum de elpee This is Brook Benton uit met daarop ondermeer Makin’ love is good for you en Can’t take my eyes off of you.

Het is Bob Marley die ons laat weten dat Brook één van zijn idolen is, wat hij ook laat horen door een rist van Brook’s hit tijdens zijn optredens te zingen. Reeds eerder hadden meerdere collega’s toegegeven dat Brook hen na aan het hart lag. Zo coverde Rick Nelson Fools rush in, nam Elvis Presley Frankie and Johnny op en zong Glen Campbell It’s just a matter of time.

Brook Benton heeft in de loop van zijn carrière bewezen dat hij ook liedjes kon schrijven, want een groot deel van zijn hits schreef hij samen met Clyde Otis. Daarnaast bezorgde hij liedjes aan Nat King Cole, Clyde McPhatter en Roy Hamilton.

In 2005 werd nog zijn album Fools rush in postuum uitgebracht. In het totaal zou Brook Benton 49 keer in de Amerikaanse top honderd opduiken.

 

tekst en research: Marc Brillouet