Bob & Earl

De geschiedenis van Bob & Earl omvat een nauwelijks te ontwarren kluwen aan namen van artiesten en platenlabels die niet alleen nauw verbonden zijn met de jaren vijftig doo-wop scene van Los Angeles, maar ook met het Britse fenomeen ‘northern soul’. Vast staat in ieder geval dat er van Bob & Earl meerdere versies zijn geweest en dat alle hoofdrolspelers inmiddels overleden zijn. ‘Harlem Shuffle’, het hitsucces uit de jaren zestig, leeft echter voort als een onvervalste soulklassieker.

Bob & Earl

De eerste ‘Bob’ bij Bob & Earl is Robert Byrd, een van de oprichters van de r&b/doo-wopgroep The Hollywood Flames, die vanaf 1950 bij tal van labels in Los Angeles, vaak onder verschillende namen, singles uitbrengen.

Klassieker

Halverwege de jaren vijftig komt Earl Nelson bij de groep. Hij is ook de leadzanger op het  mede door Byrd geschreven ‘Buzz-Buzz-Buzz’, dat begin 1958 de nummer 11-positie in de Billboard Hot 100 bereikt.
     
Even daarvoor hebben The Hollywood Flames, ditmaal als The Satellites, een ander nummer van Byrd opgenomen waarbij die laatste, onder de naam ‘Bobby Day’, ook de leadzanger is. Hun ‘Little Bitty Pretty One’ verliest het van de versie van zanger Thurston Harris, maar groeit dankzij covers van onder meer Frankie Lymon en The Jackson Five uit tot een klassieker.

Die status is ook weggelegd voor Day’s ‘solosingle’ ‘Rockin’ Robin’ die zomer 1958 bovenaan de hitlijsten belandt en begin jaren zeventig een hit is voor Michael Jackson.

Duo

Na eerder al de naam The Voices gebruikt te hebben, nemen Day/Byrd en Nelson vanaf 1960 als Bob & Earl een paar singles op, maar wanneer die geen succes hebben scheiden hun wegen zich en zet laatstgenoemde het duo voort met Bob Relf. 

Die is ook bekend onder de artiestennamen Bobby Garrett en Bobby Valentino en treedt op met onder meer The Laurels en The Upfronts waarvan Barry White als zanger en pianist deel uitmaakt.

White is in 1963, samen met Gene Page, ook verantwoordelijk voor het arrangement van  ‘Harlem Shuffle’ waarvoor de makers leentjebuur hebben gespeeld bij ‘Slauson Shuffle Time’, een nummer van local hero Round Robin.

Northern soul

‘Harlem Shuffle’, een voorloper van het geluid waarmee Sam & Dave succesvol worden, komt in de VS niet verder dan nummer 44 in de Hot 100 en krijgt pas internationaal faam nadat het een klassieker is geworden onder soulliefhebbers in het Verenigd Koninkrijk en daar in 1969 de top 10 haalt.

Earl scoort in 1965 als Jackie Lee een Amerikaanse hit met ‘The Duck’ en groeit met Relf uit tot een populaire attractie in het northern soul-circuit, de Noord-Engelse clubs waar liefhebbers de benen uit hun lijf dansen op obscure jaren zestig-soulmuziek.

Coverversie

Relf assisteert begin jaren zeventig White bij het produceren van acts als het damestrio Love Unlimited, terwijl zijn compositie ‘Bring Back My Yesterday’ in 1973 op White’s debuutalbum I’ve Got So Much To Give belandt.

‘Harlem Shuffle’ krijgt in 1986 een nieuw leven via een coverversie van The Rolling Stones. In het decennium daarna gebruikt de Amerikaanse hiphopgroep House Of Pain het trompetintro voor hun hit ‘Jump Around’.  

Bobby Byrd/Day overlijdt in 1990, Bobby Relf in 2007 en Earl Nelson in 2008.